artikel

De toekomst van productiewerk: samenspel in het groen

Persoonlijke ontwikkeling

De werkvloer wordt gepresenteerd als een vindplaats van welbevinden en geluk. Maar werkgeluk lijkt louter voor de diensteneconomie te gelden, en misschien zelfs alleen voor de crème de la crème daarvan. Of is geluk ook weggelegd voor werkenden in de maakindustrie?

De toekomst van productiewerk: samenspel in het groen

Nieuwe technologieën, zoals robotisering en kunstmatige intelligentie, doen maakwerk in hoog tempo van karakter veranderen. Productiemedewerkers werken steeds meer naast en met de machine in plaats van dingen te doen die de machine ook kan, want de machine kan het vrijwel altijd sneller en beter. Kijk in een autofabriek en je ziet een woud van bewegende metalen armen die met onderdelen in de weer zijn. De machine assembleert, de mens kijkt toe.

Machinale kijk op mensen

Opvallend – en mogelijk verband houdend met de aanwezigheid van zo veel machines – is dat juist in productiebedrijven een ‘machinale’ kijk op mensen blijft overheersen. Zoals fabriekseigenaren van machines verwachten dat die zo veel handelingen binnen zo veel tijd verrichten, zo verwachten ze ook van hun productiemedewerkers nog steeds een bepaald productietempo.

Logistieke bedrijven hanteren strakke tijdnormen voor orderpickers, tuinbouwbedrijven houden bij wie de snelste plukker is. Naarmate de machine sneller draait, lijkt zelfs een straffer werktempo van de medewerkers te worden verwacht. Zo bezien neemt de machine niet werk uit handen, maar schroeft die het werktempo juist op.

Ook medewerkers van productiebedrijven willen als mens behandeld worden.

Foutloos werken

Productiebedrijven benadrukken graag naar buiten toe dat ze kwaliteit leveren en foutloos werken. Ze vergeten daarbij dat dat betrokkenheid vraagt van hun mensen. En dat betrokkenheid slecht gedijt zolang een machinale kijk op mensen overheerst. Deze bedrijven doen hiermee niet alleen geen recht aan hun werknemers, ze snijden zichzelf ermee in de vingers. Als ze mensen als surrogaat-machines behandelen, zullen ze steeds lastiger personeel kunnen vinden dat bereid en in staat is om foutloos en kwalitatief goed werk af te leveren.

Stress is  taboe-onderwerp

Een hiermee samenhangend probleem is dat van de stress. Stress is in veel organisaties nog steeds een taboe-onderwerp. Maar door een hogere werkdruk in combinatie met volle privélevens en de vervaging van de grens tussen werk en privé neemt het alleen maar toe. De overheersende strategie van HRM – raadpleging van een tiental HR-managers bevestigt dit – is niet om stressoorzaken weg te nemen, maar om te selecteren op stressbestendigheid. Of om, in het uiterste geval, nieuwe mensen aan te nemen.

Ook deze strategie is geen lang leven beschoren. Er is geen grote bak met mensen meer die onder minder optimale omstandigheden volgens een taken/kwaliteitenlijstje willen werken. Ook medewerkers van productiebedrijven willen als mens behandeld worden.

Hoe geef je menselijk werk in de praktijk gestalte? Dat kan langs drie wegen:

  1. besteed aandacht aan het individuele geluk van je werknemers
  2. stimuleer een prettige samenwerking
  3. creëer een gezonde werkomgeving

Welbevinden van werknemers

Met name in niet-productiebedrijven is er al enige tijd aandacht voor het welbevinden van werknemers. De focus verschoof hierbij van tevredenheid via betrokkenheid naar geluk. Het bevorderen van geluk op de werkvloer is inmiddels onderwerp van congressen en opleidingen.

Sommige bedrijven, zoals de Nederlandse ict-dienstverlener Experius, hebben hun hr-manager vervangen door een chief happiness officer (cho). Tijdens wandelingen met werknemers neemt die hun recente werkgeluks- en werkdrukcijfers met ze door. Met behulp van workplace happiness apps kunnen organisaties structureel het verloop van het werkgeluk van hun werknemers nagaan.

Er is alle reden om dat ook in productiebedrijven te doen. Werknemers fungeren daar immers ook steeds meer als de hersenen van het bedrijf in plaats van als een radertje in een machine. Het signaleren van fouten en het bedenken van doortastende oplossingen moet in de eerste plaats van hen komen. Dat vereist dat hun creativiteit en welbevinden serieus worden genomen.

Verdiep je kennis

Verdiep je kennis

Gamification

Een tweede belangrijk punt is de onderlinge samenwerking. Werk is steeds meer een permanent, en steeds sneller verlopend, proces van innoveren geworden. Innovatie speelt zich al lang niet meer af in afgezonderde labs, maar in een voortdurend spel tussen mens en machine, tussen werknemers en afdelingen, met klanten en de crowd. Cruciaal hierbij zijn samenwerken, plezier en creatief denken.

Een goed hulpmiddel is gamification. Anders dan bij games – puur op plezier gericht – en serious games – bedoeld voor simulatie en training – gaat het bij gamification om het inzetten van spelelementen om werkgerelateerde problemen aan te pakken. Zo zijn met het spel WorkIsPlay in de glastuinbouw problemen opgelost als het afleveren van de verkeerde producten. Al spelend, en bottom-up, worden factoren ontrafeld die het probleem veroorzaken en in stand houden.

WorkIsPlay is gebaseerd op de design thinking-methode Embodied Making. Deze methode gaat ervan uit dat ook werknemers in productiebedrijven kenniswerkers zijn, dat ze in staat zijn zelf oplossingen voor complexe problemen te verzinnen en dat de sleutel tot verbetering vaak schuilt in (ogenschijnlijke) details in de beleving van het werk. De methode, die nauwelijks begeleiding vergt, heeft niet alleen tot betere bedrijfsprestaties geleid, maar ook tot betrokkener werknemers, die zich meer verbonden voelen met de organisatie en met elkaar. Soms gaf WorkIsPlay aanleiding tot andere manieren van werken, zoals de introductie van zelfsturende teams.

Behalve met plezier staat of valt het succes van gamification met zingeving: draagt het bij aan leuker werk, minder uitval en mooiere producten? Belangrijk is dat ieder zijn of haar kijk moet kunnen geven en dat samenspel beloond wordt in plaats van competitie. Kinderlijk simpel.

Lees ook: ‘Hard werken, daar gaat niemand dood van.’

Aandacht voor de werkomgeving

Last but not least moet er aandacht zijn voor de werkomgeving. Want zelfs gamen is niet leuk als het in een lelijke of ongezonde omgeving gebeurt. In de dienstensector is dat besef de laatste jaren duidelijk doorgedrongen. Na de kantoortuin – een ontoepasselijke benaming voor een doorgaans weinig groene omgeving – rukt daar nu de huiskamer op. Je vindt er planten, knusse zithoekjes, design meubilair en pingpongtafels.

Sommige bedrijven, zoals &samhoud, houden er wellnessruimtes op na, in andere komt regelmatig de stoelmasseur langs. Het eten in bedrijfsrestaurants wordt gezonder, bedrijven stimuleren lunchwandelen en voorzien hun werknemers van fietsen. Het fysieke klimaat op kantoor krijgt meer aandacht, daglicht en levend groen wordt meer toegelaten.

In de architectuur rukt Biophilic design op, dat een natuurlijke ‘oer’omgeving op de werkplaats creëert. Het achterliggende idee is dat door lichaam én geest te verzorgen stress en burn-out buiten de deur gehouden worden en het welbevinden en de prestaties van de werknemers verbeteren. Dat verstevigt de band met het bedrijf, waarmee bedrijven het toenemende probleem van het jobhoppen tegengaan.

Maar alweer geldt dat deze filosofie relatief weinig wordt gepraktiseerd in productieomgevingen. Aandacht voor de werkomgeving reikt daar doorgaans niet verder dan het aspect veiligheid. Toch zijn er uitzonderingen, zoals de Ferrari-fabriek in het Italiaanse Maranello. Zowel binnen als buiten de fabriek vind je er grasvelden, bosschages, waterpartijen en zitjes. De fabriek oogt meer als een tuin dan als een werkplaats.

Multi-inzetbaar

De komende jaren vindt er een herschikking van arbeid en de arbeidsmarkt plaats. Vooral administratief en logistiek werk verandert ingrijpend, analyseerde het World Economic Forum in 2016 in The Future of Jobs. Oude competenties raken in razend tempo achterhaald.

Liefst 65 procent van de kinderen die aan de basisschool beginnen, krijgt een beroep dat nog niet bestaat. Multi-inzetbaar zijn en in staat zijn je eigen werk te organiseren worden cruciaal, net als zin en geluk ervaren op het werk. Werkprocessen zullen steeds meer vorm krijgen door middel van samenwerkende netwerken in plaats van door middel van hiërarchische structuren. De productiebedrijven die dit als eersten voor elkaar weten te krijgen, zijn de winnaars van de toekomst.

Over de auteurs:

Menno Bosma is co-auteur (met Henk Volberda en Kevin Heij) van Innovatie.Jij.nu (Vakmedianet, 2019)
Dewi Hartkamp is programmamanager bij de Stichting Innovatie Glastuinbouw Nederland
Sergej van Middendorp is onderzoeker, ontwikkelaar en adviseur bij MilesAhead.eu en mede-ontwikkelaar van de Design Thinking methode Embodied Making.

 

Reageer op dit artikel