nieuws

Ontslag op staande voet na half uur staken

Arbeidsrecht

Een vijftal werknemers is boos op de baas en begint daarom een half uur te laat met werken. Dit komt ze op ontslag op staande voet te staan. Is dit een terechte sanctie voor slecht werknemerschap?

Ontslag op staande voet na half uur staken

Wat is er gebeurd waardoor de werknemers het verwijt van slecht werknemerschap over zich hebben afgeroepen? De vijf werknemers zijn heel goede steigerbouwers in dienst van een uitzendbureau. Over de kwaliteit van hun werk zijn geen klachten. Er is dan ook geen andere reden om ze aan de kant te zetten dan hun gedrag bij de opdrachtgever. Gedrag dat het uitzendbureau kwalificeert als het  ‘grovelijk veronachtzamen van de verplichtingen als werknemer’.

Persoonlijke beschermingsmiddelen

De werknemers zijn tijdens het werk verplicht gebruik te maken van de persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM) die het uitzendbureau ter beschikking stelt. Zij willen tijdens het werk veiligheidsbrillen dragen met donkere glazen. Op 14 juni 2017 weigeren zij op tijd aan het werk te gaan als zij de brillen niet krijgen. Zij dreigen de volgende dag helemaal niet te gaan werken. Hiervoor krijgen zij per mail een schriftelijke waarschuwing, waarop zij niet reageren.

Inhouding loon

Hun actie blijft niet zonder gevolgen. De werknemers hebben namelijk ook zonder toestemming PBM gebruikt die eigendom zijn van de opdrachtgever. Deze brengt daarvoor geld in rekening bij het uitzendbureau. Dat houdt de kosten in op het loon van de werknemers.

De werknemers zijn hierover uitermate ontevreden. Zo zeer dat ze de volgende dag opnieuw een half uur te laat aan het werk gaan, hoewel ze alle vijf op tijd ter plaatse zijn. Bovendien sporen ze andere werknemers aan ook in actie te komen tegen de opdrachtgever.

Ontslag op staande voet

Hiermee is de maat vol. De opdrachtgever laat weten dat de vijf werknemers niet langer welkom zijn. Het uitzendbureau is volledig afhankelijk van deze opdrachtgever en geeft de vijf werknemers ontslag op staande voet wegens slecht werknemerschap.

De gronden die het uitzendbureau hiervoor aanvoert zijn:

  • weigeren werkzaamheden (tijdig) aan te vangen op 29 juni 2017 en het ‘opruien’ van andere werknemers om ook de werkzaamheden niet tijdig aan te vangen, en
  • meepakken c.q. gebruiken van Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM) zonder toestemming.

Vergoeding

De werknemers slepen hun werkgever voor de rechter en vragen een transitievergoeding, een billijke vergoeding en een  vergoeding voor onregelmatige opzegging. Het uitzendbureau wil op zijn beurt dat elke ontslagen werknemer een vergoeding ter hoogte van een maandsalaris betaalt.

Oordeel kantonrechter

Ook de kantonrechter heeft weinig begrip voor de actie van de werknemers. Ook al omdat hierover ze wisselende verklaringen afleggen.

Direct na de actie hebben ze bij de opdrachtgever verklaard dat ze te laat aan het werk zijn gegaan omdat ze boos waren over de inhouding op hun loon. In het verzoekschrift aan de rechtbank zeggen ze dat ze te laat waren omdat een collega zich had verslapen en ze daarna in de file waren beland. Iets wat aantoonbaar onjuist is: uit de gps-gegevens blijkt dat ze op tijd op de parkeerplaats waren. Met het oog op dit bewijs zeggen ze nu dat ze weliswaar op tijd op de parkeerplaats waren, maar dat ze daar moesten wachten op een busje.

Slecht werknemerschap

De kantonrechter vindt het gedrag van de vijf mannen extra bezwaarlijk omdat deze opdrachtgever de enige opdrachtgever van het uitzendbureau is. De manier waarop de werknemers hebben geprobeerd hun zin te krijgen getuigt volgens de kantonrechter van slecht werknemerschap.

Achterstallig loon

Dat er achterstallig loon is, hebben de werknemers over zichzelf afgeroepen. De opdrachtgever heeft niet betaald als reactie op hun gedrag. Ook is er vertraging in eerdere loonbetalingen omdat ze zelf geen kilometerregistratie van vervoerskosten naar Polen hebben ingediend.

Ontslag is schuld van werknemers

De kantonrechter oordeelt dat het ontslag op staande voet is ingegeven door opzet of schuld van de werknemers. Dat betekent dat zij op grond van artikel 7:677 lid 2 BW een vergoeding verschuldigd zijn aan hun werkgever. De opzegtermijn voor deze werknemers is een maand en dus moeten zij ieder een maandsalaris betalen.

Proceskosten

Hun eigen verzoeken voor een transitievergoeding, een billijke vergoeding en een  vergoeding voor onregelmatige opzegging worden afgewezen. Als veroordeelde partij moeten zij bovendien de proceskosten van het uitzendbureau betalen.

Bron: Rechtbank Rotterdam | ECLI:NL:RBROT:2018:235

hamer wetboek justitie rechtspraak
Tip! Zorg dat u op de hoogte bent van alle relevante wet- en regelgeving voor HR. Tijdens de HR Actualiteitendag wordt u in één dag helemaal bijgepraat

Reageer op dit artikel