nieuws

Ontslag op staande voet wegens beledigen werkgever [rechtspraak]

Arbeidsrecht

Het beledigen van de baas verdient geen prijs voor goed werknemerschap. Maar verdient het ontslag op staande voet?

Ontslag op staande voet wegens beledigen werkgever [rechtspraak]

Het leven is niet makkelijk voor de tandartsassistente in deze zaak. Ze woont en werkt in Nederland op basis van een tijdelijke verblijfsvergunning. Haar vriend met wie ze een huis deelt, mishandelt haar en ze is daarom dringend op zoek naar andere woonruimte. De directeur van de praktijk waar ze sinds 16 april 2018 werkt, biedt uitkomst. Hij verhuurt ook kamers en biedt haar woonruimte aan. Hij is nu dus niet alleen haar baas, maar ook haar huisbaas. Dat gaat niet lang goed.

Eerste ontslag op staande voet

Op 31 oktober 2018 meldt de werknemer zich ziek. Ruim twee weken later laat haar werkgever weten dat zij met terugwerkende kracht op staande voet ontslagen is. Het salaris maakt hij niet over. Niet bepaald een ontslag volgens het boekje. Na enige discussie maakt de werkgever eind december alsnog het salaris over november 2018 over. In januari trekt hij het ontslag in.

Tweede ontslag

In februari botsen de partijen opnieuw. Dit keer in hun hoedanigheid van huurder en huisbaas. Ze mailt met de partner van haar werkgever over gebreken aan de door haar gehuurde kamer. Tegelijkertijd zijn er klachten over de huurder/werknemer. Zij zou drugs gebruiken in haar kamer en de geur zou door alle andere huurders te ruiken zijn. Dit terwijl er überhaupt niet mag worden gerookt in het pand. Bovendien heeft ze al drie maanden geen huur meer betaald. De partner van haar werkgever sommeert haar de huur per ommegaande over te maken.

De vrouw reageert woedend. In een mail noemt ze haar werkgever/huisbaas een pedofiel en zijn dochter een hoer. De volgende dag wordt ze op staande voet ontslagen.

Lees ook: Ontslag op staande voet

Onzeker over werk en inkomen

De vrouw vecht het ontslag aan voor de kantonrechter. Ze zegt dat ze de mail schreef in een emotionele uitbarsting. Een uitbarsting die haar werkgever zelf heeft veroorzaakt. Zo heeft hij haar verzoeken om iets te doen aan haar erbarmelijke woonomstandigheden volledig genegeerd. Ook heeft hij haar maandenlang in onzekerheid gelaten over haar werk en haar inkomen.

Lees ook: Goed werkgeverschap, wat is dat eigenlijk?

Leestip!

Leestip!

De kantonrechter is het met haar eens dat het eerste ontslag op staande voet zeker niet de schoonheidsprijs verdient. In februari was dat ontslag echter weer ingetrokken en het achterstallige salaris was betaald.

Dringende reden

Een ontslag op staande voet is volgens artikel 7:677 van het Burgerlijk Wetboek alleen rechtsgeldig wanneer er een dringende reden is om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen. Daarbij moet de kantonrechter ook afwegen of de persoonlijke omstandigheden van de werknemer deze sanctie niet buitensporig zwaar maken.

Goed werknemerschap

De werknemer heeft haar werkgever en diens dochter op grove wijze beledigd in haar mail van 6 februari. In de rechtszaal geeft de vrouw toe dat de beschuldigingen onterecht waren en dat zij deze alleen heeft geuit om te kwetsen. Volgens de kantonrechter is de werknemer hiermee ingegaan tegen de principes van goed werknemerschap. De werkgever had daarom een dringende reden om de arbeidsovereenkomst op 7 februari per direct te beëindigen.

Dat de persoonlijke omstandigheden van de werknemer betreurenswaardig zijn, maakt volgens de kantonrechter niet dat de sanctie buitensporig is.

Gefixeerde schadevergoeding

De werknemer had de kantonrechter gevraagd haar een billijke vergoeding toe te kennen wegens kennelijk onredelijk ontslag. Maar omdat de vrouw met haar gedrag een dringende reden voor het ontslag heeft gegeven, is zij degene die haar werkgever een vergoeding moet betalen.

De gefixeerde schadevergoeding moet volgens artikel 7:677 lid 2 BW worden betaald wanneer er sprake is van een dringende reden en deze dringende reden door opzet of schuld is veroorzaakt. Omdat de werkgever in dit geval gebruik maakt van deze bevoegdheid, moet de werknemer hem € 2.664,15 bruto betalen. Ook draait zij op voor de kosten van de procedure.

Rechtbank Midden-Nederland | ECLI:NL:RBMNE:2019:2010

Reageer op dit artikel