nieuws

Stamrechtvrijstelling geldt ook voor deel van ontslagvergoeding

Geen categorie

Soms bestaat een ontslaguitkering uit verschillende elementen: een deel is vervanging van gederfd of te derven loon, een ander deel dient ter vervanging van vakantiedagen. Hierdoor wordt niet strikt voldaan aan de wettelijke voorwaarde dat het stamrecht dient ter vervanging van gederfd of te derven loon. Is nu toch de stamrechtvrijstelling van toepassing op het eerste deel?

Feiten
Een stamrecht is een recht op toekomstige periodieke uitkeringen. Een hoge uitkering ineens, zoals een ontslagvergoeding, kan over een aantal jaren uitgesmeerd worden. Niet het stamrecht wordt belast, maar de uitkeringen. De uitvoering van stamrechten is beperkt tot een beperkte kring van toegelaten verzekeraars. Tot de toegelaten verzekeraars van stamrechten behoren:

  • een van vennootschapsbelasting vrijgesteld pensioenfonds;
  • een professionele verzekeringsmaatschappij;
  • een eigen stamrecht-bv;
  • de (gewezen) werkgever.

De stamrechtvrijstelling is van toepassing als het stamrecht voldoet aan de wettelijke voorwaarde dat het gaat om vervanging van gederfd of te derven loon (art. 11 lid 1g Wet LB).

Het onderhavige geval betreft een op 31 december 2003 vanwege het ontslag van een werknemer toegekend stamrecht. Het stamrecht had een waarde van in totaal € 65.958. Dit bedrag was onder toepassing van de stamrechtvrijstelling gestort op de bankrekening van een stamrecht-bv waarvan de ontslagen werknemer alle aandelen had. Van het bedrag van € 65.958 had € 53.615 betrekking op gederfd of te derven loon, en € 12.343 op afkoop van vakantiedagen en een mobiliteitsbijdrage.

De inspecteur legde de voormalige werkgever van de werknemer een naheffingsaanslag loonbelasting op over het totale bedrag van €65.958 met 10% verzuimboete. Hij voerde aan dat in het Besluit van de Staatssecretaris van Financien van 27 november 2002, nr. CPP2002/896M, duidelijk staat dat als een deel van de aanspraak onzuiver is, de gehele aanspraak onzuiver is. Vandaar de naheffing.

De rechtbank Breda oordeelde in eerste instantie dat voor dit standpunt van de staatssecretaris over de stamrechtvrijstelling noch in de wet noch in de wetsgeschiedenis steun was te vinden en verklaarde het beroep gegrond. De naheffing (en de verzuimboete) moest beperkt blijven tot het bedrag aan belastbaar loon van € 12.343.

Oordeel Hoge Raad
De staatssecretaris stelde daarop sprongcassatie in bij de Hoge Raad. Zonder succes: de HR concludeerde eveneens dat de stamrechtvrijstelling ook op een deel van de aanspraak kan worden toegepast. De advocaat-generaal is van mening dat dit in overeenstemming met de letter en de bedoeling van de wet is, en dat de staatssecretaris niet het recht had om hiervan af te wijken in het genoemde besluit. Als hij de wet had willen veranderen had hij dat in een wetswijziging moeten doen. Daarbij wijst de advocaat-generaal ook op het verschil tussen pensioenen en stamrechten. Dat een onzuiver pensioen geheel belast dient te worden heeft een duidelijk doel, om de pensioenopbouw binnen de perken te houden. Bij stamrechtuitkeringen is er echter geen reden waarom een gedeelte van de uitkering, dat bijvoorbeeld dient ter compensatie van vakantiedagen, niet belast zou kunnen worden, terwijl een ander gedeelte (ter vervanging van gederfd loon) wel onder de omkeerregel valt, dit wil zeggen niet direct belast wordt.

Aantekening
Hiermee is nog eens duidelijk geworden dat de stamrechtvrijstelling ook op een deel van de aanspraak van toepassing is. De belasting van (gedeeltelijk) onzuivere pensioenen blijft intact, zoals bijvoorbeeld recentelijk bleek in een uitspraak over een gedeeltelijk van een verzekeringsmaatschappij naar een bv overgedragen pensioenaanspraak (HR 13 maart 2009, nr. 07/10142). De bv kwalificeerde niet als een toegelaten verzekeraar in de zin van art. 18 van de Wet LB. De HR stelde de inspecteur in het gelijk, die de gehele pensioenaanspraak tot het loon had gerekend, waardoor deze als belastbaar inkomen uit werk en woning werd belast. Gezien deze consequentie verdient het aanbeveling een dergelijke overdracht van een pensioenregeling naar eigen beheer altijd in alle details aan de inspecteur voor te leggen, voor de uitvoering plaats heeft.

Let op
Het blijft oppassen met stamrechten vlak voor het pensioen: zij kunnen gezien worden als verkapte VUT-regelingen. Als er sprake is van een stamrecht dat vervroegde uittreding mogelijk maakt (geen onderdeel van een pensioenregeling), dan geldt dat de werkgever over de afstorting van het stamrecht 26% eindheffing is verschuldigd. Deze eindheffing komt voor rekening van de werkgever.

Uitspraak: 19 september 2008; Zaak/rolnummer 07/10524; Vindplaats LJN BD3162

Reageer op dit artikel