artikel

Talentontwikkeling buiten de deur

Personeelsmanagement

Talentontwikkeling buiten de deur

Hoe stimuleer je talentontwikkeling? Dertien hogescholen en drie hbo-gelieerde organisaties geven een verrassend antwoord: zij bieden hun medewerkers de mogelijkheid om ervaring op te doen in totaal andere functies. Zelfs buiten de eigen organisatie. Over het succes van Project Buiten.

Zomaar een verhaal van de website van Project Buiten. Een onderwijscoördinator aan de Hogeschool van Amsterdam werkt met veel plezier. Maar toch… ze heeft de opleiding Communication and Multimedia Design gevolgd, en is gespecialiseerd in schrijven voor het web. En dat laatste is precies wat ze in haar functie mist.

De oplossing? Een projectopdracht via Project Buiten. “We zochten iemand voor het schrijven van zoekmachinevriendelijke teksten”, vertelt Brigitta van Dalen, projectadviseur bij Zestor, het arbeidsmarkt- en opleidingsfonds voor het hbo. “Deze collega kon een dag in de week aan de slag en dat bood voordelen voor iedereen. Niet alleen konden we in Den Haag gebruikmaken van haar expertise, maar ook kon zij datgene doen waar haar hart lag: schrijven. Dat allemaal in het kader van Project Buiten.”

Tijdelijk

Project Buiten

Project Buiten is een online platform gestart op initiatief van hogescholen en Zestor, het arbeidsmarkt- en opleidingsfonds voor het hbo. Het is een online platform waar medewerkers in loondienst kunnen kiezen voor meeloopstages en projectopdrachten bij de eigen hogeschool of een andere. Een meeloopstage duurt meestal een dag, terwijl het bij een projectopdracht gaat om ongeveer een dag per week gedurende langere tijd. In totaal zijn er al 145 projecten aangeboden. Zie: www.projectbuiten.nl

Project Buiten. De naam schetst een scherp beeld. Medewerkers van hogescholen krijgen de mogelijkheid om – naast hun reguliere werk – ervaring op te doen in een andere functie, en bovendien hun expertise in te zetten. Het woord ‘project’ geeft al aan dat dit tijdelijk is: uiteindelijk keren de medewerkers weer volledig terug naar hun huidige werk. En dat ‘buiten’ moet letterlijk worden opgevat. Aangezien er op dit moment vijftien deelnemers zijn, kan het gaan om een tijdelijke parttimefunctie buiten de eigen organisatie.

Het project wint aan populariteit. En volgens Van Dalen is dat geen wonder. “Hoe mooi is het als een staffunctionaris eens wil weten hoe dat nu gaat in de collegezaal, en een paar keer meeloopt met een docent? Of als een docent commerciële economie een tijdje aan de slag gaat op een marketingafdeling – gewoon om weer dat gevoel te krijgen met de praktijk? Dat kan het plezier in het werk alleen maar vergroten.”

Kosten

Ook Marcel Nollen, bestuurslid van Hogeschool Inholland, is blij dat Zestor dit project heeft opgepakt. “Voor onze medewerkers is het heel gezond om zich breed te oriënteren, om zich te blijven ontwikkelen. En ik vind het prima dat ze daarbij verder kijken dan hun eigen organisatie. Vergeet niet dat hogescholen worden gefinancierd vanuit het publiek bestel. Dat betekent dat de concurrentie bij ons niet zo groot is als in het bedrijfsleven. Alle hbo-instellingen hebben één doel: jonge mensen opleiden tot goed ontwikkelde beroepsprofessionals.”

Bovendien ziet hij ook een praktisch voordeel. “Vaak vallen hogescholen voor allerlei werkzaamheden terug op externen. Via dit project kunnen wij gebruikmaken van de expertise bij medewerkers van aangesloten hogescholen. Weliswaar komen die vaak van buiten de organisatie, maar je betaalt ze gewoon hun reguliere salaris. En dat ligt meestal veel lager dan het tarief van een externe.”

Middelmanager

Een ervaringsdeskundige

Jaap Versluis is docent Communicatie aan de Hogeschool Inholland, Rotterdam. “Lesgeven op een hogeschool, dat is een mooi vak. Echter, de laatste jaren worden de eisen steeds strenger, en daarbij ligt het accent op onderwijskundige zaken. Aan de ene kant is dat volkomen terecht: een docent moet goed kunnen lesgeven. Maar aan de andere kant, de kracht van het hbo is de link met de praktijk. Daarom vind ik het mijn plicht om zelf in de praktijk actief te blijven.”
“Project Buiten gaf me daarvoor de kans. Ik kon dagvoorzitter zijn bij een symposium over mobiliteit. Een mooie uitdaging, maar… een enorme sprong in het diepe was het niet. Ik had al discussies geleid en ik maak mijn eigen theaterprogramma’s. Bovendien hoefde ik die dag niet diep in te gaan op de inhoud; mijn rol was te zorgen voor interactie met het publiek. Ik hield de aanwezige teamleiders een spiegel voor: hoe houden jullie je medewerkers mobiel? Maar het opvallende was: die spiegel werd op een gegeven moment omgedraaid. Een van die teamleiders zette me klem. Hij vroeg zich af of ik werkelijk mobiel was, of ik niet te veel passief mijn handje ophield. En weet je: hij had gelijk. Ik doe van alles, ik ben me op vele manieren aan het ontwikkelen, en ik roep dat ik heel mobiel ben. Maar als puntje bij paaltje komt, deins ik toch terug. Dan hecht ik te veel aan mijn veilige positie.”

Veel enthousiasme dus, maar vind je dat ook bij de middelmanagers? Die zijn hun medewerker iedere week een dag of langer kwijt. Kunnen ze hun afdeling op die manier wel managen, en hun eigen targets halen? Nollen denkt van wel. “Een van die targets is juist dat je als manager groter moet denken dan je eigen toko, dat je moet kijken naar de hele organisatie. En dat is bij uitstek iets wat ze met dit project kunnen laten zien. Als je bereid bent je beste medewerkers uit te lenen, ben je in staat afdelingsoverstijgend te denken.”

Daar zou je tegen in kunnen brengen dat managers die beste medewerkers zelf nodig hebben. Maar dat geeft volgens Nollen blijk van een verkeerde mentaliteit. “Het heeft geen enkele zin om die toppers voortdurend bij je te willen houden. Als ze weg willen, dan houd je ze niet tegen. En weet je, daar is ook niets mis mee. Ik heb eens een high potential gehad die overstapte naar een andere hogeschool. Daar kan ik alleen maar trots op zijn: die werknemer heeft bij mij ervaring opgedaan, en kan die nu elders toepassen.”

Ook leerzaam voor managers

Daar komt nog bij dat het project voor managers ook leerzaam kan zijn. Nollen heeft dat zelf ervaren. “Laatst was er een collega die in het kader van Project Buiten een dag met mij heeft meegelopen. Van 8:00 uur ‘s morgens tot 23.00 uur ‘s avonds was hij aanwezig bij allerlei besprekingen – en een daarvan ging over de aanschaf van een nieuwe machine. Nou moet je weten, die aanschaf was gebaseerd op een goed onderbouwd verhaal van een groep collega’s waar ik vertrouwen in had. Misschien te veel vertrouwen. Want die man zei: moet je dat allemaal wel geloven? Wat vinden de medewerkers zelf eigenlijk van die machine? Dat was iets waar ik zelf helemaal niet aan had gedacht. En die collega’s ook niet. Voortaan bespreek ik zo’n aanschaf eerst met de betrokken medewerkers.”

Verdere groei

En de toekomst? Van Dalen ziet nog meer projecten, bij nog meer organisaties. “Op dit moment doen er dertien hogescholen mee, maar we streven naar een totaal van 36. Alle publiek gefinancierde hbo-instellingen in Nederland dus. En daar houdt het niet op: hoe mooi zou het zijn om ook de mbo-instellingen mee te laten doen, en de universiteiten? Nee, alle organisaties in Nederland laten deelnemen, dat is niet ons streven. Die bereidheid om kennis uit te wisselen, zie je toch vooral in de publieke sector. Bij private bedrijven is de concurrentie vaak te groot. Wel verkennen we ook kennisuitwisseling tussen hogescholen en de beroepspraktijk.”

Reageer op dit artikel