PW.
PW.
WW-regeling op de schop: een overzicht

WW-regeling op de schop: een overzicht

Rutte IV wil de de WW gaan aanpassen en de verschillen tussen vast en flex verminderen. Doel is om zo de interne flexibiliteit en wendbaarheid van bedrijven te vergroten. Hoe ziet de regeling eruit en wat zijn de huidige regels voor de WW?

WW-regeling op de schop: een overzicht

Het Coalitieakkoord 2021-2025 geeft aan dat het kabinet Rutte IV in overleg met de sociale partners een ‘budgettair neutrale deeltijd-WW’ gaat uitwerken, met oog voor uitvoerbaarheid en betaalbaarheid. Dat gebeurt om de interne flexibiliteit en wendbaarheid van bedrijven te vergroten. Een overzicht van de regeling en de huidige regels voor de WW.

Tijdelijk minder werken

Werknemers krijgen in de regeling recht op een WW-uitkering voor de minder gewerkte uren. Dit moet het voor werkgevers mogelijk maken om medewerkers tijdelijk minder te laten werken. Dat kan ontslagen voorkomen, omdat werkgevers niet de volledige loonkosten hoeven te betalen als ze tijdelijk minder werk hebben. De uitwerking door het kabinet betreft met name de uitvoering. Achterliggend doel is om de verschillen tussen vast en flex kleiner te maken.

Het gaat om een onderdeel uit het akkoord van de Sociaal Economische Raad (SER) uit 2021. De regeringspartijen hebben er wel een aanpassing aan verricht. Ze willen werkgevers en werknemers de kosten laten dragen in plaats van de overheid, zoals de SER adviseert.

Voorstel SER

De SER stelde in 2021 voor het mogelijk te maken voor een onderneming om eenzijdig de arbeidsduur (tijdelijk) voor alle werknemers met maximaal 20 procent te verlagen bij bedrijfseconomische omstandigheden die anders voor ontslag zouden zorgen. Daartoe zou de werkgever eenzijdig moeten kunnen besluiten met volledige doorbetaling van het loon.

In overleg zouden decentrale partijen daarvan af kunnen wijken. Voor 75 procent van de loonkosten van de verlaagde arbeidsduur zou dan een compensatieregeling van de rijksoverheid moeten komen vergelijkbaar met de systematiek van de NOW. Dit laatste heeft het kabinet zoals al vermeld niet overgenomen. Ook zou de regeling niet ten koste moeten gaan van opgebouwde WW-rechten. Verder zouden werkgevers in overleg met de werknemers afspraken kunnen maken over scholing en ontwikkeling tijdens de tijdelijk kortere arbeidsduur.

Uitwerking regeling

Hoe de regeling er precies uit komt te zien, is nog niet bekend. Het kabinet is tot nu toe niet met concrete plannen ervoor naar buiten gekomen. Het is in ieder geval goed om er alvast rekening mee te houden als je bedrijf wel eens met perioden van minder werk te maken heeft.

Huidige WW-regels

Hoe zien de huidige regels voor het recht op WW er nu uit? Werknemers hebben recht op een WW-uitkering als ze:

  • zijn verzekerd voor werkloosheid; dat geldt voor alle werknemers die de AOW-leeftijd nog niet hebben bereikt;
  • vijf uur of meer van hun arbeidsuren per week verliezen en geen recht hebt op loon over die uren;
  • ze direct beschikbaar zijn voor betaald werk;
  • minimaal 26 weken hebben gewerkt als werknemer in de 36 weken voordat ze werkloos werden (wekeneis); weken die al zijn meegeteld voor een eerdere uitkering tellen niet mee;
  • niet vallen onder een uitsluitingsgrond (bijvoorbeeld als ze in detentie verblijven);
  • niet door eigen schuld werkloos zijn geworden; nemen ze zelf ontslag, dan hebben ze alleen in uitzonderingssituaties recht op een WW-uitkering.

Hoogte WW-uitkering

Bepalend voor de hoogte van de WW-uitkering is het loon van de periode van twaalf maanden voordat de werknemer werkloos werd. Dit staat bekend als het WW-maandloon. De eerste twee maanden van de werkloosheid is de uitkering 75 procent van het WW-maandloon. De volgende maanden krijgt de werknemer 70 procent.

Nieuwe baan met minder uren

De WW-uitkering vult het inkomen van de werknemer aan als deze gaat werken voor een lager inkomen dan zijn WW-maandloon. Het UWV stelt de hoogte van de WW-uitkering vast door de inkomsten van de werknemer te verrekenen. Van zijn of haar inkomen verrekent het UWV 70 procent met de WW-uitkering. Hij of zij mag 30 procent van de inkomsten houden naast de (gekorte) WW-uitkering. Als de werknemer meer dan 87,5 procent van het WW-maandloon verdient dan stopt de WW-uitkering.

Duur WW

Een werkloze werknemer heeft drie maanden of langer recht op een WW-uitkering. Hoe lang de WW-uitkering precies duurt, hangt af van iemands totale arbeidsverleden en het moment waarop hij of zij werkloos is geworden. De maximale duur van de WW-uitkering bedraagt 24 maanden. Sociale partners, werkgevers en werknemers mogen via een cao de duur van de WW aanvullen tot maximaal 38 maanden.

Wekeneis en jareneis

Werknemers die aan de wekeneis voldoen (minimaal 26 weken gewerkt in de 36 weken voordat ze werkloos werden) hebben recht op de basis-uitkering van drie maanden. Ze kunnen aanspraak maken op een langere WW-uitkering als ze ook aan de jareneis (laatste vijf jaar voordat ze werkloos raakten, hebben ze minstens vier jaar gewerkt) voldoen. Voor de jareneis gelden extra regels, die je hier vindt.

Verschillende WW-premies werkgever

De Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) maakt het sinds 1 januari 2020 voor werkgevers aantrekkelijker om werknemers een vast contract te geven. Ze betalen sinds die datum een lagere WW-premie voor werknemers met een vast contract dan voor werknemers met een flexibel contract. Het verschil tussen de hoge en de lage WW-premie bedraagt vijf procentpunt. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) stelt jaarlijks de premiepercentages vast.

Werkloosheid stijgt weer

De werkloosheid is lang gedaald, maar is volgens het Centraal bureau voor de Statistiek (CBS) de laatste drie maanden weer aan het stijgen. Dat kwam ten eerste doordat meer mensen hun baan verloren. Daarnaast zochten meer niet-werkenden naar werk.

Meer weten over arbeidsvoorwaarden?
Download dan het e-book Wegwijs in Arbeidsvoorwaarden.

Dit artikel is tot stand gekomen in samenwerking met Centraal Beheer.

Eerder verschenen