artikel

De kern van vitaliteitsmanagement: ‘Arbeid moet rollen’

Personeelsmanagement

Inzetbaar zijn tot aan je pensioen is geen vanzelfsprekendheid. Het vraagt van werknemers om zich te blijven ontwikkelen, van werkgevers om dit maximaal te faciliteren en vitaliteit strategisch te agenderen. Dat stelt Tinka van Vuuren, bijzonder hoogleraar Vitaliteitsmanagement aan de Open Universiteit Nederland. “Denk na over wat je in de toekomst nodig hebt.” Haar motto: arbeid moet rollen.

De kern van vitaliteitsmanagement: ‘Arbeid moet rollen’

Wat kun je als werkgever en werknemer doen om gezond, productief en met plezier aan het werk te zijn?  Dat is waar vitaliteitsmanagement volgens Tinka van Vuuren, bijzonder hoogleraar Vitaliteitsmanagement aan de Open Universiteit Nederland om gaat. “We moeten langer doorwerken en het werk blijft veranderen. Zorg daarom voor energiebronnen, zodat je niet alleen nu maar ook in de toekomst goed kunt functioneren. We zijn geneigd te denken dat het wel goed komt, maar dat is niet vanzelfsprekend. Wees loyaal aan je latere zelf. Blijf jezelf opleiden en nieuwe dingen leren, zodat je er bij ontslag niet opeens alleen voor staat.”

We zijn geneigd te denken dat het wel goed komt, maar dat is niet vanzelfsprekend. Wees loyaal aan je latere zelf

Het kan ook zo zijn dat het werk heel anders is geworden dan toen je er ooit voor koos, zegt Van Vuuren. “Sta er eens bij stil of je er nog blij van wordt. In elke baan heb je klussen die niet leuk zijn, als je over het algemeen maar positief bent over je werk.”

Eigen regie

Behalve voor werknemers is het ook voor werkgevers belangrijk om regie te nemen op vitaliteit, aldus Van Vuuren. “Ik noem het wel eens een noodzakelijke paradox. Het is heel fijn als werknemers precies doen wat jij wilt op het gebied van gezondheid, opleiding of ontwikkeling. Maar als een werkgever heel hard stuurt op vitaliteit, is er van eigen regie van de werknemer geen sprake meer.”

gezondheidsmanagementHet gaat er volgens haar om dat een werknemer weet dat vitaliteit van belang is en ermee aan de slag wil en kan. “Daar tegenover staat de organisatie die dat faciliteert, in beleid of de werkomgeving, en mensen informeert en stimuleert. Dat initiatief rond vitaliteit beloond of gewaardeerd wordt, dat er tijd voor is en dat leidinggevenden het goede voorbeeld geven. Het liefst wil je dat mensen elkaar aansteken in plaats van aanspreken.”

Onderzoek naar succesvol vitaliteitsmanagement

Van Vuuren haalt haar onderzoek bij Limburgse bedrijven aan, waarin werd onderzocht wanneer sprake was van succesvol vitaliteitsmanagement. “Bij de bedrijven die het goed doen, is er meer beleid, maken mensen er meer gebruik van, is er meer inspraak in het beleid en heerst er een positieve cultuur. We zagen een verband tussen deze aspecten en zaken als minder ziekteverzuim, minder verloop en meer productiviteit. Over het algemeen geldt: hoe meer je doet, hoe beter. Zeker als het interventies betreft die mensen zelf aangeven.”

Helaas ligt veel beleid rond vitaliteitsmanagement nog ergens in een la of staat op internet

Volgens de hoogleraar is de context van maatregelen erg belangrijk. “Dan bedoel ik met name de cultuur en de communicatie over het aanbod. Je kunt geweldige maatregelen hebben, maar die leiden nergens toe als niemand ervan af weet. Door goed te communiceren, zijn werknemers zich bewuster wat er is en wat er kan. Helaas ligt veel beleid rond vitaliteitsmanagement nog ergens in een la of staat op internet.”

 

Tip! Lees ook: Gezondheidsmanagement: wat is het en hoe boek je er succes mee?

De vijf V’s

Behalve als hoogleraar aan de Open Universiteit is Van Vuuren ook als senior adviseur bij Loyalis werkzaam. In deze functie adviseert ze bedrijven onder meer over te nemen stappen rond vitaliteitsmanagement. “Het begint altijd bij de mensen. Vraag wat er leeft en speelt. Het 5V-model vind ik zelf heel bruikbaar: verbinden, verkennen, vitaliseren, verlichten en veranderen. Vitaliseren is gericht op een grotere draagkracht van mensen, door individuele maatregelen of het anders inrichten van de organisatie. Als de draaglast te groot is, komt ‘verlichten’ aan bod. Denk aan het afstoten van werkzaamheden, extra personeel aannemen of slimmer automatiseren.”

“Bij de V van veranderen kan een werknemer zich afvragen of hij nog op de goede plek zit. Misschien passen andere taken, een andere organisatie of een eigen bedrijf inmiddels beter bij wat iemand kan en wil.”

Het belang van vitaliteitsmanagement

Vitaliteitsmanagement is van strategisch belang voor bedrijven en organisaties, vindt Van Vuuren. “Strategie wil zeggen dat je nadenkt over wat je in de toekomst nodig hebt, ook op personeelsgebied. Je kunt wel denken dat het slim is om taken te automatiseren, maar als mensen het contact met klanten kwijt raken, is het misschien geen werk meer dat bij hen past. Door als bedrijf na te denken over de gezondheid en motivatie van mensen, heb je op termijn meer vitale medewerkers. Kijk, HR-professionals vinden het leuk om hiermee bezig te zijn. Het is een positief onderwerp en ligt in lijn met hun opleiding. Maar ook de bedrijfsleiding moet het belang van vitaliteitsmanagement onderkennen. Zodat het niet alleen vandaag maar ook morgen goed gaat met het bedrijf.”

Van Vuuren spreker op congres

Tinka van Vuuren is op 26 november keynote spreker op ‘Hét event Duurzame Inzetbaarheid’ in Jaarbeurs Utrecht. Vitaliteit is een van de centrale onderwerpen tijdens het event, dat met een beursvloer, congres en ruim 30 keuzesessies hét jaarlijkse vakevent over duurzame inzetbaarheid is.

Een leven lang leren

In de wetenschap dat in de toekomst veel functies veranderen of vervallen, wijst Van Vuuren graag op het belang van een leven lang leren. Over dit onderwerp verzorgt ze op 26 november een presentatie tijdens ‘Hét event Duurzame inzetbaarheid’ (zie kader). “Mensen vinden leren vaak leuk. Ze krijgen er energie van en doen nieuwe ideeën op. Het maakt dat je bij bent en in je werk makkelijker met nieuwe ontwikkelingen mee kunt gaan. Maar ook dat je breder inzetbaar bent. Altijd hetzelfde doen kost relatief weinig moeite, maar als dat werk wegvalt, heb je niets meer. Daarom zeg ik: arbeid moet rollen.”

Je kunt de boel de boel laten en elke maand je geld opstrijken, maar dat is een risicovolle strategie.

Lang niet iedereen is doordrongen van de noodzaak van een leven lang leren, aldus Van Vuuren. “Meestal zijn wij als mensen gericht op het zo min mogelijk verbruiken van energie. Maar ik zeg wel eens: wil je meetellen of aftellen? Je kunt de boel de boel laten en elke maand je geld opstrijken, maar dat is een risicovolle strategie. ”

Verander mee nu je die keuze nog hebt, voordat je klachten krijgt of niet meer mee kan komen, raadt Van Vuuren aan. “Zo sprak ik onlangs een 62-jarige docente die vaak vermoeid was. Ze ging actief op zoek naar waar ze goed in is, wat ze leuk vindt en of ze dat in haar werk vond. Het leidde ertoe dat ze voor een deel is overgestapt op individuele begeleiding van studenten. Gelukkig zag deze vrouw zelf de noodzaak in. Waarbij het uiteraard wel helpt als de werkgever die ruimte voor verandering biedt.”

Rol voor HR

Ook hierin ziet Van Vuuren een rol voor HR weggelegd. “Door met medewerkers in gesprek te gaan over waar ze gelukkig van worden, welke opleidingen er beschikbaar zijn of hoe het werk anders te organiseren valt. Zorg er preventief voor dat mensen op meerdere plekken inzetbaar zijn.”

Ook zou je mensen die in dienst komen, meteen kunnen meegeven dat het de bedoeling is om na een aantal jaren iets anders te gaan doen in het bedrijf, zegt Van Vuuren. “Daarnaast kun je er als HR-professional voor zorgen dat leidinggevenden de tools hebben om op een goede manier met medewerkers in gesprek te gaan. Train leidinggevenden, zorg dat informatie makkelijk vindbaar is of organiseer eens een event. Zo blijft een leven lang leren bij iedereen in beeld.”

Van Vuuren schreef het hoofdstuk ‘Vitaliteitsmanagement binnen organisaties: een overzicht’ in het in 2018 verschenen boek Fit for the Future, Toekomstbestendig HRM-beleid.

Meer weten? Kijk in het uitgebreide dossier Gezondheidsmanagement op PWnet.nl.

gezondheidsmanagement

 

 

Reageer op dit artikel