Wat speelt er?
Opnieuw staan een werkgever en een werknemer lijnrecht tegenover elkaar als het de uitbetaling van vakantiedagen bij een slapend dienstverband betreft. In dit geval gaat het om een werknemer van een franchise van snoepwinkel Jamin. Zij werkt al jaren in verschillende winkels voor Jamin, maar op 30 juli 2023 valt ze arbeidsongeschikt uit. In juli 2025, na 2 jaar ziekte, eindigt de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever.
Tekst gaat verder onder het kader
De werkgever zegt in augustus 2025 de arbeidsovereenkomst per e-mail op. Hiermee is er voor 1 maand een slapend dienstverband ontstaan. Bij de verrekening ontstaat daar conflict over. De werknemer stelt dat haar vakantiedagen berekend moeten worden tot augustus 2025, het moment dat haar contract is beëindigd. Maar de werkgever berekent dit tot juli 2025, tot de loondoorbetalingsverplichting.
In strijd met Europees recht
Het dispuut komt voor de kantonrechter in Rotterdam. Maar hij weet het antwoord eigenlijk ook niet. "De wet is er heel duidelijk over", zegt De Ruiter, arbeidsrechtadvocaat bij Pallas Advocaten, in de podcast HR-Rechtspunt. "Daarin staat dat je vakantiedagen opbouwt over de arbeidsduur waarover je ook loon ontvangt." Dat betekent in deze zaak dat het uitgangspunt van de werkgever klopt.
Het probleem is dat de Nederlandse wet haaks staat op de Europese wet. "En die is heel streng", vertelt De Ruiter. "Het Europees recht stelt dat je geen voorwaarden mag stellen aan vakantieopbouw – alleen aan de bekende vervaltermijnen. Je hebt als werknemer recht op vakantie. Daar kun je bijna niet aan tornen." Dus de voorwaarde van het ontvangen van loon voor het opbouwen van vakantiedagen, zoals omschreven in de Nederlandse wet, mag niet van het Europees recht. En in rangorde staat het Europees recht boven nationale wetgeving.
Wat zegt de rechter?
Het gevolg van deze tegenstrijdigheden in de wetten is dat rechters in casussen zoals hierboven, verschillend oordelen. Zo oordeelden kantonrechters in Gelderland in 2024 en 2025 dat werknemers recht hebben op hun vakantiedagen tijdens hun slapend dienstverband. Maar kantonrechters in Groningen (2025) en Rotterdam (2026) oordeelden juist het tegenovergestelde: dat er géén vakantiedagen worden opgebouwd.
Worden er nu wel of geen vakantiedagen opgebouwd tijdens een slapend dienstverband? De kantonrechter die uitspraak moet doen in de zaak van Jamin, heeft de kwestie voorgelegd aan de Hoge Raad en de zaak aangehouden tot er antwoord komt. De Ruiter verwacht dat er dit jaar uitsluitsel komt.
Tekst gaat verder onder de video
Tip voor HR
Wat doe je in de tussentijd als er een dergelijke kwestie op je bureau belandt? De Ruiter adviseert om de Nederlandse wet te volgen, dus geen opbouw van vakantiedagen. Want dit is het gunstigste scenario voor de werkgever. "Mocht een werknemer het daar niet mee eens zijn, laat de vakantiedagen dan uit de vaststellingsovereenkomst. En spreek met elkaar af daar verder over te onderhandelen, zodra er antwoord is van de Hoge Raad."
Overigens verwacht De Ruiter dat de Hoge Raad in lijn met het Europees recht uitspraak zal doen. Beluister de podcastaflevering voor meer uitleg en duiding.
Nieuwe aflevering: elke eerste woensdag van de maand
Deze podcast is onderdeel van een serie. Nieuwe afleveringen verschijnen iedere laatste woensdag van de maand. De volgende aflevering komt uit op woensdag 28 oktober 2026.
Volg de (gratis) podcast HR-Rechtspunt
Volg deze HR-Rechtspunt podcast op Spotify en Apple Podcasts. Je kunt daar deze en eerder uitgezonden afleveringen gratis beluisteren. Volg ook het Spotifykanaal van PW.















