nieuws

Blijft de AOW-leeftijd stijgen?

Instroom

Sinds 2013 verhoogt het kabinet de AOW-leeftijd jaarlijks om de AOW betaalbaar te houden. Vanaf 2022 is deze verhoging gekoppeld aan de levensverwachting. In 2023 stijgt de AOW-leeftijd voor het eerst niet. Vrij onverwacht bleek namelijk uit gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat de levensverwachting minder snel stijgt dan verwacht.

Blijft de AOW-leeftijd stijgen?

Het verhogen van de AOW-leeftijd ging vanaf 2013 eerst met één maand per jaar. Vanaf 2016 was dit drie maanden per jaar, en tussen 2019 en 2021 is het zelfs vier maanden per jaar. Een werknemer krijgt AOW vanaf de dag dat hij zijn AOW-leeftijd heeft bereikt. In 2018 is de AOW-leeftijd 66 jaar en in 2021 is deze 67 jaar.

Levensverwachting

Voor de jaren vanaf 2022 kijkt het kabinet naar de gemiddelde levensverwachting en besluit op basis daarvan of de AOW-leeftijd nog verder omhooggaat. Bij een hogere gemiddelde levensverwachting stijgt de AOW-leeftijd met drie maanden. Het kabinet moet de stijging vijf jaar vooraf melden om mensen tijdig te informeren. Dat geeft ze tijd om aanvullende maatregelen te nemen, zoals bijvoorbeeld extra sparen voor hun pensioen.

Einde stijging in 2023

In 2022 wordt de AOW-leeftijd 67 jaar en 3 maanden. Dit blijft ook de AOW-leeftijd in 2023, omdat de levensverwachting minder snel steeg dan verwacht. Het is voor het eerst sinds 2013 dat de AOW-leeftijd niet stijgt.

Beperken of terugdraaien

De AOW-leeftijd komt volgens de meest recente prognoses in 2060 uiteindelijk uit op 71,5 jaar . De vakbonden en werkgevers en een aantal politieke partijen vinden dat een veel te snelle stijging en willen deze stijging beperken of zelfs terugdraaien. Als de AOW-leeftijd pas in 2025 naar 67 jaar gaat in plaats van in 2021, kost dat de schatkist volgens het Centraal Planbureau eenmalig ongeveer 1,5 miljard euro.

Pensioenrichtleeftijd

De AOW-leeftijd is wat anders dan de pensioenrichtleeftijd voor het aanvullende pensioen. Dat is de fiscale leeftijd voor de maximaal toegestane pensioenopbouw. Deze pensioenleeftijd gebruiken de pensioenuitvoerders voor het berekenen van de pensioenpremie die de werknemer en meestal ook de werkgever betalen. De pensioenrichtleeftijd is ook gekoppeld aan de levensverwachting en steeg op 1 januari 2018 naar 68 jaar. Deze verhoging heeft geen invloed op voor 1 januari 2018 opgebouwde aanspraken en –rechten voor het aanvullende pensioen.

Pensioendatum

De pensioenrichtleeftijd is hoger dan de AOW-leeftijd. Dit betekent dat als een werknemer op zijn AOW-leeftijd met pensioen gaat, hij geen fiscaal maximaal aanvullend pensioen opbouwt. Dat maakt het voor werkgever en werknemer belangrijk om de pensioendatum financieel zo goed mogelijk te plannen. Maak in het verlengde daarvan goede afspraken over langer doorwerken. Houd hier in uw organisatie rekening mee en zorg voor een beleid om langer doorwerken te faciliteren. Dit kan bijvoorbeeld met een aanpassing van werkzaamheden of werktijden voor uw oudere medewerkers. Let er ook op dat u ook uw oudere werknemers goed blijft scholen. Zo blijft u optimaal gebruik maken van hun inzet en bovendien houdt het hen betrokken.

Berekenen AOW-leeftijd

Op de websites van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en Wijzer in Geldzaken staan rekentools waarmee uw werknemers kunnen berekenen op welke leeftijd ze voor het eerst een AOW-uitkering krijgen.

 

 

Nog veel meer lezen over loonkostenvoordelen? Download dan het e-book Wegwijs in Arbeidsvoorwaarden

 

Reageer op dit artikel