artikel

‘Hoe goed werkt Nederland?’ schetst beeld van spanning in de polder

Organisatie & Strategie

Het boek Hoe goed werkt Nederland? begint met de vooronderstelling dat er sprake is van groeiende ongelijkheid op de arbeidsmarkt en Nederland als ‘kampioen flexibel werk’ groeiende groepen kwetsbare werkenden kent. Spanning in de polder door afnemende macht van vakbonden, het achterblijven van contractlonen bij de arbeidsproductiviteit, opkomst van de platformeconomie – het komt allemaal aan bod.

‘Hoe goed werkt Nederland?’ schetst beeld van spanning in de polder

De auteurs – prof. dr. Maarten Keune, dr. Wike Been en dr. Frank Tros – zijn alle drie arbeidsrechtgeleerden aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Zij bekijken de thema’s uiteraard vanuit hun eigen specialisme. Zo scharen zij de zzp’er voor het gemak ook onder de ‘kwetsbare groepen’ werkenden, met als argument dat die niet of nauwelijks een arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft en vaak geen pensioen opbouwt.

Maar afgezien daarvan maken de auteurs in Hoe goed werkt Nederland? wel degelijk een vertaalslag naar de praktijk. De opkomst platformwerk wordt zelfs gezien als aanleiding om na te denken over een modernere grondslag van het arbeidsrecht; minder baanzekerheid en meer werkzekerheid, het in staat stellen van werkende om zo goed mogelijk in zijn of haar inkomen te voorzien.

Achterblijvende lonen

De auteurs stellen dat de inkomensongelijkheid steeds verder toeneemt. Zij zien zelfs dat de hoger opgeleide tweeverdieners de lager opgeleiden op de arbeidsmarkt verdringen. In dit kader wijzen zij ook op de polarisatie-these; de neerwaartse druk op middelbaar geschoolde werkgelegenheid, waardoor de baankansen van lager opgeleiden ook afnemen. Cao’s zijn volgens hen hét middel om aan die loonongelijkheid in verschillende sectoren te verminderen, maar op basis van een eigen analyse van de cao’s in de metaalindustrie, het grootwinkelbedrijf, banken en het onderwijs stellen zij vast dat dit in de praktijk helaas niet gebeurt.

De schrijvers zien de achterblijvende loonstijging als een zorgelijke ontwikkeling. Zo wordt aangetoond dat de contractuele lonen ver achterblijven bij de stijging van de productiviteit. Een dringend advies aan de partijen in de cao-onderhandelingen is om hier meer oog voor te hebben.

Generationele ongelijkheden

Tegelijkertijd waarschuwen de auteurs voor aantasting van de traditionele arbeidsmarktverhoudingen door een verschuiving van de machtsbalans tussen sociale partners. Het is duidelijk dat de positie van de vakbonden verzwakt door de afkalvende ledenaantallen. Daarnaast brengt de vergrijzing binnen de bonden nog een gevaar met zich mee. Steeds minder jongeren sluiten zich aan bij een vakbond – het CBS telde in 2016 slechts 66.000 leden jonger dan 25 jaar, vijftien jaar daarvoor waren dat er nog 111.000.

Het risico ontstaat dat de vakbonden zich vooral inspannen voor de belangen van oudere werknemers. In hoeverre krijgt de behoefte van de jongere generatie – betere toegang tot de arbeidsmarkt, meer zekerheid in contracten en een hoger minimumjeugdloon – prioriteit in de cao-onderhandelingen?

Dus ook op ‘het terrein van de collectieve arbeidsverhoudingen liggen er leeftijds- en generatie gerelateerde uitdagingen’, stellen de auteurs.

Diepgang in het debat

Doel van het boek is inzicht verschaffen in de belangrijkste ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. De schrijvers willen ‘diepgang geven aan het debat’ over richting van de ontwikkeling van de arbeidsmarkt. Inzicht verschaffen doet het boek zeker, inclusief de effecten van actuele wet- en regelgeving (bijvoorbeeld de Wet arbeidsmarkt in balans). Beschreven trends worden uitgebreid onderbouwd met feiten en cijfers (deels CBS, deels uit onderzoek van AIAS-HSI, een onderzoeksinstituut verbonden aan de UvA).

Het boek geeft concrete duiding over wat er op dit moment speelt op de arbeidsmarkt en is daarmee interessant voor iedereen die vanuit zijn professie dagelijks met de arbeidsmarkt te maken heeft. Zeker ook voor de HR-professional die de historische ontwikkeling, processen en krachten die schuil gaan achter het tot stand komen van cao’s beter wil begrijpen.

Of het boek ook daadwerkelijk zal leiden tot een meer inhoudelijke discussie over hoe de arbeidsmarkt van de toekomst moet worden vormgegeven, is natuurlijk nog afwachten. Maar in een tijd waarin links en rechts in de politiek lijnrecht tegenover elkaar staan en vakbonden en werkgevers steeds minder in staat lijken consensus in te bereiken in de polder, is een helder en objectief beeld van de huidige arbeidsmarktontwikkelingen en het agenderen van (mogelijke) problemen een goede basis voor verdere discussie.

Hoe goed werkt Nederland?Titel: Hoe goed werkt Nederland? Uitdagingen rond de arbeidsmarkt, arbeidsverhoudingen en ongelijkheid
Auteurs: prof. dr. Maarten Keune, dr. Wike Been en dr. Frank Tros
Uitgever: Vakmedianet
Prijs: € 39,95 (incl. BTW)

Reageer op dit artikel